Procesnummers

Alle basisprocessen voor het lassen, snijden en solderen kunnen internationaal worden geïdenticeerd op basis van een uniek nummer bestaande uit twee of drie cijfers. Het toekennen van deze procesnummers is geregeld in de norm NEN-ENISO 4063:2009. Het eerste cijfer van dit unieke nummer refereert aan een basisproces gevolgd door een combinatie van één of twee cijfers, waarmee de relevante kenmerken van het proces worden aangegeven.

› Lees verder

Het MIG-lasproces bijvoorbeeld, heeft het nummer 131. Dit betekent: 1 booglassen, 3 met een afsmeltende elektrode onder gasbescherming en 1 met inert gas.

Zo ontstaat voor elk proces een referentienummer dat bestaat uit twee of drie cijfers en dat uniek is voor dat specifieke proces. Het referentienummer kan als symbool op tekeningen worden gebruikt om het proces te specificeren. Op de lasmethodebeschrijvingen volgens NEN-EN-ISO 15609 en in kwalificatiedocumenten voor lassers volgens NEN-EN 287-1 en de NEN-EN-ISO 9606-serie is dit nummer verplicht.

Element_4